Binnenkort is het weer zover. Sinterklaas komt weer aan in Nederland. De meeste kinderen genieten volop van Sinterklaas, maar er zijn ook veel kinderen die het heel spannend vinden.

Herken je de volgende situaties?

  • Mijn kind slaapt minder goed.
  • Mijn kind is veel drukker dan anders.
  • Mijn kind luister minder goed naar mij.
  • Mijn kind raakt overprikkelt.

Probeer je dan eens in te leven in jouw kind. Wat gebeurt er met jou als er onbekende mensen (zwarte pieten) je huis binnen komen of een onbekende man (Sinterklaas) alles van je weet en je ook regelmatig een feestje hebt met cadeautjes. Een beetje gezonde spanning is prima, maar soms levert het zoveel stress op dat het niet meer leuk is. In deze blog lees je wat jij kunt doen om je kind te helpen. Hoe verminder je de spanning? Hoe zorg je ervoor dat je kind kan genieten van Sinterklaas? En hoe maak je bewuste keuzes?

Lees de 5 tips voor een gezellige Sinterklaas!

Tip 1: Voorspelbaarheid

Voorspelbaarheid is heel belangrijk bij zo’n spannend, geheimzinnig feest als Sinterklaas. Bereid je kind voor op de intocht of de viering op school. Vertel wat er gaat gebeuren en wat er van je kind verwacht wordt. Wees duidelijk over wanneer je kind zijn of haar schoen mag zetten. Een aftelkalender helpt bij het geven van voorspelbaarheid. De kalender geeft overzicht en daarmee duidelijkheid en rust. En kinderen vinden het ook nog eens heel leuk om te doen.

Tip 2: Angsten wegnemen

Neem de angst van je kind serieus. Dwing je kind niet om Sinterklaas een hand te geven of op schoot te zitten als je kind dit heel spannend vindt. Zoek een plekje achterin en blijf erbij als dit mogelijk is. Als je kind het eng vindt dat Piet ‘s nachts in huis komt, zet de schoen dan bij de deur of in de garage. Zorg ervoor dat jouw kind zich veilig voelt.

Tip 3: Luisteren

Kan je kind niet slapen? Is hij of zij erg druk of merk je op een andere manier dat je kind angstig is?

Praat met je kind over zijn gevoelens. Probeer erachter te komen wat de stress oplevert, zodat je hier naar kan luisteren en je kind gerust kan stellen. Als je goed naar je zoon of dochter luistert, kun je makkelijker de angsten wegnemen.

Tip 4: Rust en ontspanning

Sinterklaas is een periode met veel prikkels, feestjes en snoepgoed. Probeer je kind voldoende te laten slapen, bouw rustmomentjes in gedurende de dag en ga lekker naar buiten om alle spanning eruit te rennen. Een boswandeling doet wonderen bij spanning!

Tip 5: Kijk verder dan lastig gedrag

Door de spanning kunnen kinderen erg ‘lastig’ zijn. Ze worden druk, luisteren minder goed en vragen veel aandacht. Kinderen kunnen nog niet goed vertellen dat ze het allemaal heel spannend vinden. Ze laten deze spanning zien door middel van hun gedrag. Probeer hier begrip voor te hebben. Dreig er niet mee dat ze geen cadeautjes krijgen als ze niet luisteren, of dat Sint ze meeneemt naar Spanje. Hiermee neemt de spanning alleen maar toe. Veel sinterklaasplezier!

We moeten veel complimenten geven aan onze kinderen. Tenminste, dat wordt vaak gezegd. Maar is dat wel zo? Tegenwoordig zijn we wel erg gefocust op alles wat kinderen goed doen. Ze worden de hemel in geprezen. Kunnen we onze kinderen ook te veel complimenten geven? Worden ze er niet egocentrisch of arrogant van?

Geef een goed compliment

Als een compliment op de goede manier gegeven wordt, kunnen kinderen er nooit te veel krijgen. Kinderen worden dan op een positieve wijze gestimuleerd en ontwikkelen een positief en een gezond zelfbeeld. Maar je moet dan wel een goed compliment geven. Hoe doe je dat? Een goed compliment voldoet aan de volgende punten:

1. Maak je compliment duidelijk en concreet

Hoe duidelijker het is wat je bedoelt, hoe beter het kind je begrijpt. Als je alleen ‘goed zo’ zegt, blijft het vaag. Je kind weet dan niet altijd wat je bedoelt. Het is dus belangrijk om veel concreter te zijn. Observeer het gedrag van je kind, en benoem zo concreet en precies mogelijk wat je goed vond.

2. Hoe sneller je complimenteert, hoe krachtiger het compliment

Hoe sneller je een compliment geeft na het gedrag van je kind, hoe krachtiger het compliment is. Je kind ontvangt meteen feedback en snapt precies wat jij bedoelt. Hierdoor wordt gestimuleerd dit gedrag vaker te laten zien.

3. Een gemeend compliment is een goed compliment

Het is belangrijk dat je meent wat je zegt. Als iets zegt wat je niet meent, dan voelt de ander dat en komt het minder sterk over. Hoe ouder je kind wordt, hoe beter hij of zij dit aanvoelt. Ook kunnen kinderen gaan twijfelen of je wel meent wat je zegt. En dat kan juist onzekerheid oproepen in plaats van dat je het zelfvertrouwen van je kind stimuleert. Kinderen hoeven ook niet alles goed te kunnen. Ze moeten ook leren dat ze goed zijn in het een en minder goed in het ander. Dus als ze iets minder goed kunnen, hoeven ze daarvoor niet de hemel in geprezen te worden.

4. Zorg dat het compliment past bij de ontwikkeling van je kind

Het compliment moet passen bij de ontwikkeling van je kind. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van een realistisch zelfbeeld. Wat voor het ene kind knap is, hoeft voor het andere kind niet knap te zijn. Dus wees niet overdreven positief, als dat niet klopt bij wat het kind gedaan heeft. Met overdreven complimenten als “Je bent geweldig!”, “Dat is fantastisch!” of “Je bent de slimste!” kun je juist faalangst opwekken bij kinderen, omdat ze het gevoel hebben dat ze een volgende keer ook aan je verwachting moeten voldoen.

5. Complimenteer de moeite die je kind doet, niet het resultaat

Complimenten gericht op het resultaat kunnen onzekerheid zaaien, net als het eerder omschreven overdreven compliment. Als een kind altijd hoort dat het zo prachtig tekent, of zo goed kan turnen en het gaat een keer mis, dan baalt een kind enorm. Je helpt kinderen zich goed te ontwikkelen en zelfvertrouwen op te bouwen, als ze weten dat fouten maken niet erg is. Complimenten gericht op het proces werken daarom goed. Geef dus een compliment over de inspanning die het kind heeft verricht, het doorzettingsvermogen of vraag hoe je kind iets voor elkaar heeft gekregen en complimenteer dat.

Het geven van complimenten is leuk om te doen. Zowel de gever als de ontvanger voelen zich er goed door en het brengt een positieve sfeer in huis. Geef een goed compliment en zowel jij als je kind komen in een positievere flow. Het werkt ook erg aanstekelijk, al snel zul je zien dat je kind ook jou gaat complimenteren, wat het natuurlijk nog leuker maakt. Succes!

Deze week: de week tegen pesten. 27 september t/m 01 oktober 2021

Dat brengt mij terug naar mijn eigen kindertijd. Ik kwam een keer tijdens de pauze het schoolplein oplopen. Iedereen liep van mij weg en als ik dichterbij kwam dan deden ze of ik vlooien had. Ik voelde me verward en alleen. Zeker, omdat ik steeds vroeg wat er aan de hand was en niemand mij uitleg wilde geven. Ik ben naar huis gelopen en kon niet meer stoppen met huilen.

Wat als je dit dagelijks meemaakt? Dan doet dat afbreuk aan jouw gevoel van zelfvertrouwen en eigenwaarde. Ook als ouder voel je je vaak machteloos. Hier 5 tips om jouw kind te helpen bij pestgedrag.

  1. Vraag de situatie helemaal uit

Laat je kind vertellen over de situatie. Vraag nieuwsgierig alles uit en luister. Parkeer je eigen emoties en gedachten op dit moment. Door de situatie na te spelen met spelmateriaal, zoals poppetjes, playmobil, lego, blokjes, knuffels kunnen kinderen vaak makkelijker vertellen wat er aan de hand is. Het lijkt op dat moment niet direct over henzelf te gaan. Gaat het om een incident of gaat het om structureel pesten? Vraag waarmee je je kind kunt helpen. 

2. Geef aandacht aan alle emoties die loskomen.

Geef erkenning. Ik begrijp, dat je verdrietig bent. Het is ook heel naar wat er gebeurd is.

Bied troost. Ik zie ook dat je boos bent en dat snap ik. Het is heel vervelend, dat jij alweer alleen stond op het plein. Je mag boos en verdrietig zijn.
Troosten doe je net zo lang tot je kind rustig geworden is.

3. Bedenk samen oplossing en oefen die. (wees slimmer)

Pesters vinden de reactie van de ander vaak interessant of leuk om uit te lokken. Zorg er daarom voor, dat jouw kind weet wat hij kan doen in een vervelende situatie.

Leer je kind om een vraag te stellen. vb he stomkop. O, ja heet ik zo? Ik dacht het niet. En loop dan stevig weg. Door een vraag te stellen, breng je de ander in verwarring en zet je hem aan het denken en in die tussentijd ben jij allang weggelopen. Slimme truc!

Oefen dit thuis alvast met rollenspel of spelmateriaal en doe dit met humor. Gebruik bv. grappige stemmetjes of speel bepaalde typetjes na. Door dit vaker samen te doen, zul je merken dat je kind vaardiger en zelfverzekerder word in pestsituaties.

4. Zorg goed voor jezelf.

Wanneer jouw kind gepest word, kun je jezelf ook heel rot voelen. Je ziet jouw kind struggelen en dat wil je niet. Zorg ervoor, dat jij jouw hart kunt luchten bij een zus, vriendin of een sportmaatje. Jij kan dan jouw eigen batterij opladen en er zijn voor jouw kind op het moment dat hij jou nodig heeft.

5. Stop het pesten niet? Kom in actie!

Tijdens het onderzoek met jouw kind ontdek je wel of het eenmalig incident is of dat er meer aan de hand is? Maak pesten bespreekbaar bij leerkracht(en), kinderen, ouders en zorg voor een gezamenlijke aanpak.

En kom je er niet aan uit? Neem dan contact op met mij.

[email protected]

Zelfvertrouwen is een belangrijke eigenschap voor ieder kind. Het zorgt ervoor, dat je nieuwe dingen durft aan te pakken, foutjes durft te maken en weer door kunt gaan.

Pipi Langkous had dit al snel door en zei: ik heb het nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het wel kan.

Maar wat als jouw kind niet zoveel vertrouwen in zichzelf heeft?

Herken je jezelf in de volgende voorbeelden?

  • Mijn kind durft geen spreekbeurt te doen in de klas
  • Iedere dag gaat jouw kind met buikpijn naar school, omdat hij bang is voor die “bazige” kinderen
  • Op de ouderavond hoor je van de leerkracht, dat jouw kind nooit zijn vinger opsteekt om het antwoord op de vraag te geven
  • Bij de sportclub staat jouw kind altijd achteraan en op de vraag of hij wil keepen durft hij geen antwoord te geven en dus staat hij iedere week te keepen.
  • Jouw kind zegt al heel snel, dat kan ik niet en zet zichzelf daarmee al snel buitenspel.
  • Op een verjaardag durft jouw kind geen antwoord te geven op de vragen van andere volwassenen.

Wat betekent zelfvertrouwen?

Zelfvertrouwen is, zoals het woord al zegt, het vertrouwen dat je in jezelf hebt. Het is een realistische kijk op je eigen kunnen; het vertrouwen dat je zelf taken en hindernissen aankunt. Het is ook heel prettig om jezelf waardevol te voelen. Jezelf accepteren zoals je bent is belangrijk bij het creëren van zelfvertrouwen.

Hoe ontstaat een gebrek aan zelfvertrouwen?

Zelfvertrouwen ontwikkelt zich in de kinderjaren. Naast je persoonlijkheid is je sociale omgeving erg belangrijk bij de ontwikkeling van zelfvertrouwen. Wanneer je bijvoorbeeld erg beschermd opgevoed bent, kan het zijn dat je niet geleerd hebt om een eigen mening te vormen en zelf dingen te ondernemen. Als je ouder wordt, kan dit zich uiten in je gedrag. Je durft weinig initiatief te nemen of iets niet te zeggen, omdat je bang bent dat een ander vindt dat je iets stoms zegt. Hierdoor behaal je geen successen en krijg je geen bevestiging dat je iets heus wel kunt. Je zelfvertrouwen neemt nog meer af en dit resulteert in nog minder positieve ervaringen. Je komt in een negatieve spiraal terecht.
Hetzelfde kan gebeuren als mensen in je omgeving kritiek hebben geleverd op je gedrag of prestaties, of als je bent gepest. Ook dit zijn oorzaken waardoor je aan jezelf kunt gaan twijfelen en dingen uit de weg kunt gaan, waardoor je zelfvertrouwen afneemt of zich niet genoeg ontwikkelt.

Hoe versterk je het zelfvertrouwen van jouw kind of van jezelf?

Tip 1. Wees je bewust van je gedachten
De reden van je onzekerheid in een situatie kan zijn dat je bepaalde gedachten krijgt. Wat je gedachte is bij een situatie, bepaalt mede hoe je je voelt. Het is belangrijk om je hiervan bewust te zijn en deze gedachten te leren herkennen, zodat je ze kunt veranderen. Dus oefen daarmee. Bedenk de komende tijd iedere dag een situatie waarin je zelfvertrouwen je in de steek liet:

  • Wat was de situatie, wat gebeurde er? (Gebeurtenis)
  • Wat deed je? (Gedrag)
  • Wat voelde je toen? (Gevoel)
  • Wat dacht je? (Gedachte)

Tip 2. Helpende gedachten
Wanneer je een gebrek aan zelfvertrouwen hebt, zul je waarschijnlijk vaak niet-helpende gedachten hebben. ‘Ik kan het niet’ of ‘Iedereen vindt het stom als ik wat zeg’ zijn voorbeelden van gedachten die je kunt hebben. Deze gedachten zijn niet realistisch. Het is belangrijk om deze gedachten te leren ombuigen om weer een waarheidsgetrouw beeld van de werkelijkheid te krijgen en je zelfvertrouwen te ontwikkelen.

Kortom, oefen om van deze niet-helpende gedachten helpende gedachten te maken. Een helpende gedachte is positief en realistisch. Ik kan het niet wordt dan: ik heb het nog niet en ik ga het gewoon proberen.

Tip 3. Ga uitdagingen niet uit de weg 
Als je denkt dat je iets niet kunt, doe het dan toch. Heb een positieve verwachting van jezelf en stel een realistisch doel. Begin niet te moeilijk en zorg dat wat je gaat doen haalbaar is, zodat je dit met een succes kunt afsluiten. Hierdoor ervaar je dat je iets heus wel kunt en weet je dat je het een volgende keer weer kunt. Wanneer je dit steeds vaker ervaart, zal je zelfvertrouwen groeien. En soms mag je ook accepteren, dat iets nog niet gelukt is. Blijf proberen of accepteer dat je dat onderdeel gewoon wat minder goed beheerst. Dat kan ook bevrijdend werken.

Tip 4. Weet wat je kwaliteiten zijn
Misschien heb je het idee dat je weinig zelf kunt of weinig zelf bereikt. Dit is niet zo, iedereen heeft zijn of haar kwaliteiten. Maak voor jezelf inzichtelijk wat jouw kwaliteiten en successen zijn. Doe dit door op te schrijven wat je goed kunt en welke doelen je hebt bereikt. Ook al heb je in het begin misschien het gevoel dat het maar kleine dingen zijn. Schrijf het ook op als je een complimentje van iemand krijgt.

Tip 5. Leer jezelf te accepteren zoals je bent
Ga uit van je eigen kracht. Iedereen is anders en dat is maar goed ook. Er zullen altijd mensen zijn die veel voelen voor jouw ideeën of mensen die minder met jouw ideeën hebben. En dat is prima. Wees je daarvan bewust. Vind je het lastig om jezelf te accepteren en wil je hieraan werken? Yoga en mindfullness kunnen hierbij een ondersteuning bieden.  

Met deze tips kun je voortaan gezellig eten met jouw gezin aan tafel.

Gezellig met het hele gezin eten aan tafel, dat willen we allemaal. Helaas blijkt de realiteit vaak anders. De diverse sporten en clubjes gooien roet in het samen eten en als het wel lukt, is de gezelligheid soms ver te zoeken. Toch is juist zo’n gezamenlijk maal belangrijk. Volgens wetenschappelijk onderzoek kan het stress verminderen, leiden tot gezonder eten, waardevolle gesprekken én door dit alles de familieband versterken. Hoe zorg je ervoor dat samen aan tafel eten echt een gezellig en waardevol moment wordt? Lees de volgende tips.

Bereid de kinderen voor. Voor veel kinderen is aan tafel komen ook echt schakelen. Zitten ze net lekker te spelen, roep jij dat het eten op tafel staat. Geef op tijd aan dat jullie bijna gaan eten. Zo weten kinderen niet alleen dat ze nog even hebben om verder te gaan waar ze mee bezig waren, maar ook dat het bijna afgelopen is. En zo kan het eetmoment voor iedereen op een ontspannen manier beginnen.

Tafelschikking. Veel kinderen hebben de behoefte aan een vaste plaats aan tafel. Dat geeft duidelijkheid en structuur. Maar nog veel belangrijker een goede tafelschikking zorgt ook voor de innerlijke rust aan tafel. Vader en moeder zitten naast elkaar als opvoedteam. (vader rechts en moeder links). Hierdoor wordt hun teamwork beter voelbaar. De kinderen worden op volgorde van oud naar jong vanaf vader ingedeeld. De jongste mag naast moeder zitten omdat deze vaak in de jongste jaren de meeste verzorging nodig heeft.

Kies een dagkok. Nog een goede manier om je kinderen voor te bereiden op het eetmoment, is om ze te betrekken bij de keuze van het menu of het koken zelf. Laat ze groentes wassen, een ei pellen, helpen met kloppen en roeren, het toetje versieren of de hele maaltijd klaar maken. Pas het aan bij de leeftijd.

Tafelgesprekken. Onderwerpen waar alleen de volwassenen over mee kunnen praten, maken het voor kinderen niet erg interessant aan tafel. Dus zorg ervoor dat zij ook mee kunnen praten. De vragen ‘hoe was jouw dag?’ of ‘hoe was het op school?’ leveren meestal de geijkte antwoorden ‘goed’ of ‘oké’. Zoek regelmatig wat andere gespreksstof op, door vragen alsWat was het leukste wat je vandaag gedaan hebt? Wie heeft je vandaag aan het lachen gemaakt? Of doe eens een vragenrondje. Om de beurt stelt iemand een vraag aan steeds weer iemand anders. Zodat iedereen aan de beurt komt. Ook emotieplaatjes kunnen op tafel gelegd worden, zodat iedereen aan kan geven hoe hij zich voelde vandaag.

Liegen, jokken, de waarheid verdraaien, een leugentje om bestwil. Je herkent dit vast wel, want iedereen doet dit weleens. Zowel kinderen als volwassenen. Over het algemeen vinden we dat je niet hoort te liegen. Wat kun je doen als jouw kind een beroepsleugenaar lijkt.

Alle kinderen maken een fase door waarin ze vaker liegen. Liegen hoort zelfs bij een gezonde ontwikkeling! Als je kind echter vaak liegt en daarmee zijn sociale relaties in gevaar brengt, is het nodig hier als ouder actie in te ondernemen.

Tip 1: kijk eens naar de straffen, die je geeft

Vaak liegen kinderen om straf te ontkomen. Als jouw kind regelmatig liegt over dingen die het wel of niet heeft gedaan, kan het goed zijn om eens (met je partner) na te gaan of jullie kind mogelijk wat streng gestraft wordt. Of misschien dat een van jullie nogal eens uit z’n slof kan schieten? Zo’n boze reactie van jou, is voor het kind ook op een bepaalde manier een ‘straf’, die het door te liegen hoopt te voorkomen. Probeer eens een hele tijd rustig te reageren als je kind een fout maakt. Als je kind bijvoorbeeld iets doet wat niet mag of iets kapot maakt, geef je aan dat dit niet de bedoeling is en kijk samen hoe jullie het gaan oplossen.

Tip 2: Benadruk het belang van eerlijkheid.

Het is goed om naar je kind toe van kleins af aan te benoemen dat jij eerlijkheid belangrijker vindt dan hetgeen dat je kind wel of niet heeft gedaan. Leg je kind daarbij uit dat wanneer het steeds liegt, het op een bepaald moment niet meer geloofd wordt. Ook wanneer het dan wel de waarheid spreekt. Geef je kind het vertrouwen dat het geen straf zal krijgen als het eerlijk vertelt wat er gebeurd is of wat het gedaan heeft. Spreek op die momenten zelfs je waardering uit voor het feit dat je kind eerlijk is. Ondanks de boosheid over wat het gedaan heeft.

Tip 3: Let op de momenten, dat je kind wel eerlijk is.

Als je je zorgen maakt over het lieggedrag van je kind, is de kans groot dat je met een vergrootglas naar dit gedrag kijkt. Daardoor zie je de momenten waarop je kind wel eerlijk is misschien over het hoofd. Dat is jammer! Want juist door de momenten te vergroten waarin je kind wel eerlijk is, kun je het negatieve patroon van je kind doorbreken. Geef je kind een dik compliment en vraag hoe het gelukt is om eerlijk te zijn in deze situatie. Daarmee versterk je het vertrouwen van je kind dat het je niet zal teleurstellen.

Tip 4 Ga op zoek naar het gedrag achter het liegen.

Je kind liegt niet zomaar en heeft daar vast een reden voor. Het kan jou en je kind helpen om daar meer inzicht in te krijgen. Vraag je kind bijvoorbeeld: ‘Hoe kwam het dat je wat anders zei?’ en ‘Waar was je bang voor dat zou gebeuren als je het wel zou zeggen?’ Daarmee krijgen jullie allebei meer inzicht in het gedrag en kun je kijken naar wat er nodig is om het een volgende keer anders te doen.

Tip 5: Help je kind om liegen te voorkomen

Je kunt je kind helpen om minder te liegen door je kind niet in de verleiding te brengen een leugen te vertellen. Heb je gezien dat je kind iets deed wat niet mag, is het beter om dit gewoon te benoemen en aan te geven dat dit niet oké is, dan je kind ernaar te vragen. En ontdek ook de leugenaar in jezelf. Een leugentje om bestwil kan – zeker door jonge kinderen – verkeerd begrepen worden. Ook het niet nakomen van een belofte, kan door een kind opgevat worden als een leugen. Als je je kind bijvoorbeeld belooft ’s middags iets te gaan doen samen en door de omstandigheden lukt dat toch niet, dan is het goed om dit aan je kind uit te leggen.

Tip 6 Breng je kind niet in verlegenheid

Wanneer je kind nogal eens graag overdrijft in zijn verhalen of ‘een rijke fantasie heeft’, kan het verleidelijk zijn om je kind te corrigeren terwijl het net zo enthousiast zijn of haar verhaal vertelt. Laat het maar gewoon vertellen dat het 10 goals maakte in de laatste voetbalwedstrijd. Vaak geniet de volwassen luisteraar vooral van het enthousiasme waarmee je kind vertelt en weet hij/zij ook wel dat het verhaal met een korreltje zout genomen moet worden. Wanneer je op dat moment ingrijpt, is dat ongemakkelijk voor je kind, maar ook voor de volwassenen. Jouw kind kan zich afgewezen voelen. Pak het moment liever later nog een keertje terug wanneer je rustig alleen bent met je kind. Leg je kind uit dat zeker leeftijdsgenootjes negatief of afwijzend kunnen reageren wanneer je vaak overdrijft of fantasieverhalen vertelt.

Ieder kind krijgt in zijn leven te maken met teleurstellingen, onzekerheden en angsten om uitdagingen aan te gaan. Om te kunnen groeien en nieuwe dingen te leren, is het nodig om “pijn” te lijden. Het hoort er allemaal bij, want nieuwe dingen leren is – net als het leven – een kwestie van vallen, opstaan en weer doorgaan. We moeten “groeipijn” daarom niet vermijden, maar kinderen sterker maken, zodat ze ermee om kunnen gaan. Veerkracht is hierbij het sleutelwoord.

Hoe bouw je structureel aan veerkracht?

Zorg voor positieve emoties

Hoe meer positieve emoties kinderen ervaren, hoe meer veerkracht ze opbouwen. Zorg dus voor zoveel mogelijk positiviteit in huis. Maak plezier, laat kinderen zich trots en geliefd voelen, prikkel hun nieuwsgierigheid, wees enthousiast en vrolijk, geef hoop en zorg voor voldoende ontspanning.

Focus op sterke punten

Word een sterke-punten-spotter en benoem, stimuleer en complimenteer de sterke punten van je kinderen zoveel mogelijk. Het gaat hierbij niet om uitblinken, maar om kwaliteiten als creativiteit, doorzetten, vriendelijkheid en humor.

Versterk emotieregulatie

Het is van belang dat je je kinderen leert hoe ze hun emoties kunnen controleren. Bereid ze voor op voor hen lastige situaties, ga in gesprek over hun gevoelens, leer ze alternatieve manieren aan en vooral ook: zet spellen in om emotieregulatie te oefenen. Denk aan het verliezen van een spel en hoe daarmee om te gaan.

Werk aan impulscontrole

Leer je kinderen hoe ze hun impulsen kunnen controleren, zodat ze niet handelen zonder eerst na te denken. Bespreek voor jouw kind uitdagende situaties vooraf, zodat hij voorbereid is in lastige situaties en weet wat hij kan doen. Leer kinderen omgaan met uitgestelde aandacht en oefen impulscontrole met reactiespellen, zoals Halli Galli, Speedcups of Kakkerlakkensalade.

Stimuleer optimistisch denken

Optimistisch denken gaat over geloven dat je situaties ten goede kunt keren en dat je je toekomst in positieve zin kunt beïnvloeden. Help je kinderen bij het onderzoeken van hun eigen gedachten, leer ze hoe ze negatieve gedachten kunnen ombuigen naar positieve gedachten (een hulpmiddel kan de Leerkuil zijn) en helpt hen bij het herkennen, uitdagen en ombuigen van denkfouten.

Maak oorzaak en gevolg duidelijk

Maak de relatie tussen oorzaak en gevolg zichtbaar. Stimuleer kinderen om verantwoordelijkheid te leren nemen voor hun eigen aandeel in problemen, waarbij ze leren om problemen niet als permanent, maar als tijdelijk te zien en waarbij ze het niet groter maken dan het is.

Stimuleer empathie

Leer je kinderen hoe ze anderen verbaal en non-verbaal kunnen ‘lezen’ en hoe ze zich kunnen inleven in de gevoelens van anderen. Bespreek sociale situaties, organiseer activiteiten waarbij de kinderen samen kunnen werken en spelen en geef vooral het goede voorbeeld.

Bouw vertrouwen in eigen kunnen op

Daag kinderen uit om nieuwe dingen te proberen en zorg hierbij voor voldoende succeservaringen, zodat kinderen kunnen ervaren dat hun inspanning leidt tot een positief resultaat.

Stimuleer een groeimindset

Help je kinderen de overtuiging te ontwikkelen dat ze altijd een beetje beter in iets kunnen worden. Leer ze dat er nieuwe verbindingen in je hersenen ontstaan wanneer je iets aan het leren bent, stimuleer het maken van fouten en geef complimenten gericht op het proces. Denk aan: je hebt goed doorgezet of dat heb je handig aangepakt.

Tijdens een tienminutengesprek op school krijg je te horen, dat jouw kind moeite heeft met concentreren. Je herkent het ook bij jezelf. Je bent snel afgeleid en hebt moeite met stilzitten. Maar wat kun je eraan veranderen? Hoe doe je dat dan? Kan mindfulness helpen? Wat is dat dan?

Mindulness is het ontwikkelen van bewuste, vriendelijke en niet-oordelende aandacht. Bewuste ademhaling hoort daarbij. Kinderen hebben al veel steun aan het feit, dat ze met ademhaling hun boos of bang zijn kunnen laten gaan. Ze ontdekken, dat ze rustig kunnen worden door bewust adem te halen. Adem 3 tellen in, 1 tel pauze en adem in 4 tellen weer uit. Herhaal dit tot je rustig bent geworden.

Als je als ouder mindfull kunt zijn, levert dat veel op. Juist voor kinderen, omdat ze zoveel kunnen leren van een ontspannen ouder. Kinderen hebben namelijk onzichtbare antennes die voelen of jij aan- of uitstaat. Zorg er zelf voor, dat jouw mobiele telefoon regelmatig uit gaat en je in het nu kunt leven. Zonder die externe prikkel zul je ontdekken, dat er ruimte komt voor andere dingen.

Om rustig aan de dag te kunnen beginnen, kun je het gouden kwartiertje invoeren. Sta een kwartiertje of een half uur eerder op dan de rest van het gezin. Start lekker rustig op in jouw eigen tempo. Neem de tijd voor jezelf: een lekker kopje koffie, een meditatie, een heerlijke douche. Dan kun jij er daarna helemaal zijn voor jouw kinderen. Zo ontstaat er minder of geen ochtendstress.

Doe eens lekker niets. Laat het idee los, dat je steeds iets met je kinderen moet doen. Ga even zitten en doe niets. Reik je kinderen niets aan en los niets op, maar laat je verrassen door wat er vanzelf ontstaat. Goede ideeën ontstaan vaak vanuit het niets. Kinderen kunnen op deze manier ook meer rust in zichzelf gaan vinden.

Kijk jij uit naar de meivakantie om even lekker te kunnen ontspannen met jouw gezin? Of zie je er juist tegenop, omdat je niet weet wat je met al die tijd aan moet dat jij jouw kinderen moet vermaken? Wie goed voorbereid is, juist in vakantietijd, kan er een leuke tijd van maken. Lees alvast de volgende 10 tips.

  1. Maak een planning.

Voor de meeste kinderen is het prettig om te weten wat er gaat komen. Vooral kinderen, die moeite hebben met veranderingen kunnen wel wat structuur en duidelijkheid gebruiken. Maak deze dagindeling ook zichtbaar op een planbord/magneetbord/kalender of krijtmuur. Sommige kinderen denken in beelden en vinden het prettig om met plaatjes op de kalender te werken.

2. Zorg voor een slecht-weer-plan.

We hopen natuurlijk op mooi weer de komende weken, maar niets is zeker in Nederland, dus een slecht weer plan is een must. Bedenk met de kinderen slecht-weeractiviteiten. Vb. knutselen, spelletjesmiddag, koken en bakken, een eigen escaperoom maken, etc. Doe eens zelf lekker mee deze middag. Neem de puinhoop, die misschien ontstaat even voor lief en geniet van het moment.

3. Bouw voldoende verveelmomenten in.

Het is voor kinderen goed om te mogen ervaren, dat ze even niet weten wat ze willen gaan doen. Onderdruk dan de verleiding om iets aan te reiken. Laat ze zelf iets bedenken. En vind je dit echt heel moeilijk? Leg dan een pot aan met leuke activiteiten bedacht door de kinderen zelf waar je kind inspiratie uit op kan doen. Maar laat het zelf los, jouw kind mag ontdekken wat er bij hem ontstaat.

4. Bedenk iets speciaals met elkaar.

Een leuke activiteit om herinneringen met elkaar te maken. Misschien wordt dit dan wel een familietraditie. Denk aan om de beurt een dag koken tot aan een zelfbedacht uitje. Zo’n activiteit, die iedereen terug wil laten komen.

5. Maak afspraken over schermtijd.

Zodra dit vooraf duidelijk is voor iedereen ontstaat er minder discussie. Laat kinderen extra schermtijd verdienen door bv. Een uur buiten te spelen (1 kwartier extra schermtijd). Kijk dan maar eens wat ze gaan ondernemen.

6. Geef ieder kind een eigen taak in de vakantie.

Denk dan aan stofzuigen, afwassen, eigen kamer opruimen of in de tuin werken. Door kinderen te betrekken bij de taken in huis ontwikkelen ze meer zelfstandigheid en leren ze ook verantwoordelijkheid nemen voor dingen die gedaan moeten worden. (en stiekem kan dit ook gewoon leuk zijn hoor)

7. Laat kinderen ook eens buiten jouw gezichtsveld spelen of zelfstandig vakantie vieren.

Bij heel mooi weer in de tuin kamperen of met een picknickmandje naar de speeltuin een paar blokken verderop. Daar leren ze ook zelfstandig van worden.

8. Plan een gezinsvergadering.

Kies één moment in de week dat alle gezinsleden met elkaar de afgelopen week evalueren en de komende week bespreken. Welke activiteiten staan gepland? Is dit haalbaar of moeten er dingen aangepast worden? Misschien handig om hier mee te starten aan het begin van de vakantie.

9. Geef je eigen grenzen aan.

Ook jij hebt vakantie. Wees duidelijk wat je wel en niet wilt en wat de kinderen wel en niet mogen in de vakantie. Stel regels op voor televisie kijken, computeren en over het gebruik van bijvoorbeeld de tablet. Maak ook (concrete) afspraken over bedtijden. Houd je daar aan, wees consequent. Regels bieden duidelijkheid e geven jou ook rust om zelf vakantie te houden en een boek te lezen of even bij te kletsen met een vriendin.

10. Verzin, zeker voor kinderen met veel energie activiteiten die energie kosten.

Fietsen, een flinke wandeling maken, skeeleren, kanoën, een bezoek aan een speeltuin. Wedden, dat ze daarna lekker even willen ontspannen, zodat jij dat ook kan doen.

Ik wens je vooral een fijne tijd toe met jouw kinderen. Fijne vakantie!

De hele dag door worden jij en jouw kind uitgedaagd door allerlei verschillende emoties. Het ene moment lig je samen op de grond van het lachen en nog geen 5 minuten later loopt jouw kind stampend en scheldend naar boven. Om jouw kind meer grip te geven op zijn emoties is het belangrijk om de gevoelens te zien en te erkennen. Wanneer kinderen hun gevoelens beter gaan begrijpen, leren ze er ook beter mee omgaan.

Hoe kun je dat doen?

Praat regelmatig over gevoelens. Tijdens het avondeten kun je vertellen over een situatie, die je hebt meegemaakt die dag en welke emotie je daarbij voelde. Zo hoort je kind, dat jij ook verschillende emoties hebt en hoe je ermee omgaat. Dat nodigt je kind ook uit om te vertellen over zijn gevoelens.

Leg in huis een setje met emotiekaarten weg. Bij hele jonge kinderen kun je beginnen met de basisemoties. (blij,boos,bang,bedroefd) Soms is het handiger om de juiste emotie op te zoeken op een afbeelding, omdat erover praten op dat moment even niet lukt. Of het is moeilijk om uit te leggen wat je precies bedoelt. Er zijn namelijk veel verschillende emoties. Zo kan je kind leren om welke emotie het gaat. Teleurgesteld is net even anders dan je afgewezen voelen.

Ook zijn er veel mooie boeken geschreven, die uitleg geven over al die verschillende emoties. Een paar voorbeelden: De kleur van emoties, draakje vurig, daantje het vulkaantje, willem is verdrietig, bang mannetje en help, ik voel zoveel. Een boek kan al veel herkenning geven of een mooi gesprek op gang brengen.

Filmtip: Inside out (binnenstebuiten). Deze film gaat over het gevoelsleven van een elfjarig meisje. Vijf basis emoties komen uitgebreid aan bod: blijdschap, woede, angst, afkeer en verdriet. Deze film kan inzicht geven in de binnenwereld van een kind. Zo kun jij met jouw kind ontdekken hoe de interne plattegrond van jouw kind eruit ziet. En dat kan op een dag steeds veranderen. Door er samen over te praten, erkenning te geven en samen op zoek te gaan naar oplossingen, ontstaat er meer grip voor jouw kind.