Met deze tips kun je voortaan gezellig eten met jouw gezin aan tafel.

Gezellig met het hele gezin eten aan tafel, dat willen we allemaal. Helaas blijkt de realiteit vaak anders. De diverse sporten en clubjes gooien roet in het samen eten en als het wel lukt, is de gezelligheid soms ver te zoeken. Toch is juist zo’n gezamenlijk maal belangrijk. Volgens wetenschappelijk onderzoek kan het stress verminderen, leiden tot gezonder eten, waardevolle gesprekken én door dit alles de familieband versterken. Hoe zorg je ervoor dat samen aan tafel eten echt een gezellig en waardevol moment wordt? Lees de volgende tips.

Bereid de kinderen voor. Voor veel kinderen is aan tafel komen ook echt schakelen. Zitten ze net lekker te spelen, roep jij dat het eten op tafel staat. Geef op tijd aan dat jullie bijna gaan eten. Zo weten kinderen niet alleen dat ze nog even hebben om verder te gaan waar ze mee bezig waren, maar ook dat het bijna afgelopen is. En zo kan het eetmoment voor iedereen op een ontspannen manier beginnen.

Tafelschikking. Veel kinderen hebben de behoefte aan een vaste plaats aan tafel. Dat geeft duidelijkheid en structuur. Maar nog veel belangrijker een goede tafelschikking zorgt ook voor de innerlijke rust aan tafel. Vader en moeder zitten naast elkaar als opvoedteam. (vader rechts en moeder links). Hierdoor wordt hun teamwork beter voelbaar. De kinderen worden op volgorde van oud naar jong vanaf vader ingedeeld. De jongste mag naast moeder zitten omdat deze vaak in de jongste jaren de meeste verzorging nodig heeft.

Kies een dagkok. Nog een goede manier om je kinderen voor te bereiden op het eetmoment, is om ze te betrekken bij de keuze van het menu of het koken zelf. Laat ze groentes wassen, een ei pellen, helpen met kloppen en roeren, het toetje versieren of de hele maaltijd klaar maken. Pas het aan bij de leeftijd.

Tafelgesprekken. Onderwerpen waar alleen de volwassenen over mee kunnen praten, maken het voor kinderen niet erg interessant aan tafel. Dus zorg ervoor dat zij ook mee kunnen praten. De vragen ‘hoe was jouw dag?’ of ‘hoe was het op school?’ leveren meestal de geijkte antwoorden ‘goed’ of ‘oké’. Zoek regelmatig wat andere gespreksstof op, door vragen alsWat was het leukste wat je vandaag gedaan hebt? Wie heeft je vandaag aan het lachen gemaakt? Of doe eens een vragenrondje. Om de beurt stelt iemand een vraag aan steeds weer iemand anders. Zodat iedereen aan de beurt komt. Ook emotieplaatjes kunnen op tafel gelegd worden, zodat iedereen aan kan geven hoe hij zich voelde vandaag.

Liegen, jokken, de waarheid verdraaien, een leugentje om bestwil. Je herkent dit vast wel, want iedereen doet dit weleens. Zowel kinderen als volwassenen. Over het algemeen vinden we dat je niet hoort te liegen. Wat kun je doen als jouw kind een beroepsleugenaar lijkt.

Alle kinderen maken een fase door waarin ze vaker liegen. Liegen hoort zelfs bij een gezonde ontwikkeling! Als je kind echter vaak liegt en daarmee zijn sociale relaties in gevaar brengt, is het nodig hier als ouder actie in te ondernemen.

Tip 1: kijk eens naar de straffen, die je geeft

Vaak liegen kinderen om straf te ontkomen. Als jouw kind regelmatig liegt over dingen die het wel of niet heeft gedaan, kan het goed zijn om eens (met je partner) na te gaan of jullie kind mogelijk wat streng gestraft wordt. Of misschien dat een van jullie nogal eens uit z’n slof kan schieten? Zo’n boze reactie van jou, is voor het kind ook op een bepaalde manier een ‘straf’, die het door te liegen hoopt te voorkomen. Probeer eens een hele tijd rustig te reageren als je kind een fout maakt. Als je kind bijvoorbeeld iets doet wat niet mag of iets kapot maakt, geef je aan dat dit niet de bedoeling is en kijk samen hoe jullie het gaan oplossen.

Tip 2: Benadruk het belang van eerlijkheid.

Het is goed om naar je kind toe van kleins af aan te benoemen dat jij eerlijkheid belangrijker vindt dan hetgeen dat je kind wel of niet heeft gedaan. Leg je kind daarbij uit dat wanneer het steeds liegt, het op een bepaald moment niet meer geloofd wordt. Ook wanneer het dan wel de waarheid spreekt. Geef je kind het vertrouwen dat het geen straf zal krijgen als het eerlijk vertelt wat er gebeurd is of wat het gedaan heeft. Spreek op die momenten zelfs je waardering uit voor het feit dat je kind eerlijk is. Ondanks de boosheid over wat het gedaan heeft.

Tip 3: Let op de momenten, dat je kind wel eerlijk is.

Als je je zorgen maakt over het lieggedrag van je kind, is de kans groot dat je met een vergrootglas naar dit gedrag kijkt. Daardoor zie je de momenten waarop je kind wel eerlijk is misschien over het hoofd. Dat is jammer! Want juist door de momenten te vergroten waarin je kind wel eerlijk is, kun je het negatieve patroon van je kind doorbreken. Geef je kind een dik compliment en vraag hoe het gelukt is om eerlijk te zijn in deze situatie. Daarmee versterk je het vertrouwen van je kind dat het je niet zal teleurstellen.

Tip 4 Ga op zoek naar het gedrag achter het liegen.

Je kind liegt niet zomaar en heeft daar vast een reden voor. Het kan jou en je kind helpen om daar meer inzicht in te krijgen. Vraag je kind bijvoorbeeld: ‘Hoe kwam het dat je wat anders zei?’ en ‘Waar was je bang voor dat zou gebeuren als je het wel zou zeggen?’ Daarmee krijgen jullie allebei meer inzicht in het gedrag en kun je kijken naar wat er nodig is om het een volgende keer anders te doen.

Tip 5: Help je kind om liegen te voorkomen

Je kunt je kind helpen om minder te liegen door je kind niet in de verleiding te brengen een leugen te vertellen. Heb je gezien dat je kind iets deed wat niet mag, is het beter om dit gewoon te benoemen en aan te geven dat dit niet oké is, dan je kind ernaar te vragen. En ontdek ook de leugenaar in jezelf. Een leugentje om bestwil kan – zeker door jonge kinderen – verkeerd begrepen worden. Ook het niet nakomen van een belofte, kan door een kind opgevat worden als een leugen. Als je je kind bijvoorbeeld belooft ’s middags iets te gaan doen samen en door de omstandigheden lukt dat toch niet, dan is het goed om dit aan je kind uit te leggen.

Tip 6 Breng je kind niet in verlegenheid

Wanneer je kind nogal eens graag overdrijft in zijn verhalen of ‘een rijke fantasie heeft’, kan het verleidelijk zijn om je kind te corrigeren terwijl het net zo enthousiast zijn of haar verhaal vertelt. Laat het maar gewoon vertellen dat het 10 goals maakte in de laatste voetbalwedstrijd. Vaak geniet de volwassen luisteraar vooral van het enthousiasme waarmee je kind vertelt en weet hij/zij ook wel dat het verhaal met een korreltje zout genomen moet worden. Wanneer je op dat moment ingrijpt, is dat ongemakkelijk voor je kind, maar ook voor de volwassenen. Jouw kind kan zich afgewezen voelen. Pak het moment liever later nog een keertje terug wanneer je rustig alleen bent met je kind. Leg je kind uit dat zeker leeftijdsgenootjes negatief of afwijzend kunnen reageren wanneer je vaak overdrijft of fantasieverhalen vertelt.

Ieder kind krijgt in zijn leven te maken met teleurstellingen, onzekerheden en angsten om uitdagingen aan te gaan. Om te kunnen groeien en nieuwe dingen te leren, is het nodig om “pijn” te lijden. Het hoort er allemaal bij, want nieuwe dingen leren is – net als het leven – een kwestie van vallen, opstaan en weer doorgaan. We moeten “groeipijn” daarom niet vermijden, maar kinderen sterker maken, zodat ze ermee om kunnen gaan. Veerkracht is hierbij het sleutelwoord.

Hoe bouw je structureel aan veerkracht?

Zorg voor positieve emoties

Hoe meer positieve emoties kinderen ervaren, hoe meer veerkracht ze opbouwen. Zorg dus voor zoveel mogelijk positiviteit in huis. Maak plezier, laat kinderen zich trots en geliefd voelen, prikkel hun nieuwsgierigheid, wees enthousiast en vrolijk, geef hoop en zorg voor voldoende ontspanning.

Focus op sterke punten

Word een sterke-punten-spotter en benoem, stimuleer en complimenteer de sterke punten van je kinderen zoveel mogelijk. Het gaat hierbij niet om uitblinken, maar om kwaliteiten als creativiteit, doorzetten, vriendelijkheid en humor.

Versterk emotieregulatie

Het is van belang dat je je kinderen leert hoe ze hun emoties kunnen controleren. Bereid ze voor op voor hen lastige situaties, ga in gesprek over hun gevoelens, leer ze alternatieve manieren aan en vooral ook: zet spellen in om emotieregulatie te oefenen. Denk aan het verliezen van een spel en hoe daarmee om te gaan.

Werk aan impulscontrole

Leer je kinderen hoe ze hun impulsen kunnen controleren, zodat ze niet handelen zonder eerst na te denken. Bespreek voor jouw kind uitdagende situaties vooraf, zodat hij voorbereid is in lastige situaties en weet wat hij kan doen. Leer kinderen omgaan met uitgestelde aandacht en oefen impulscontrole met reactiespellen, zoals Halli Galli, Speedcups of Kakkerlakkensalade.

Stimuleer optimistisch denken

Optimistisch denken gaat over geloven dat je situaties ten goede kunt keren en dat je je toekomst in positieve zin kunt beïnvloeden. Help je kinderen bij het onderzoeken van hun eigen gedachten, leer ze hoe ze negatieve gedachten kunnen ombuigen naar positieve gedachten (een hulpmiddel kan de Leerkuil zijn) en helpt hen bij het herkennen, uitdagen en ombuigen van denkfouten.

Maak oorzaak en gevolg duidelijk

Maak de relatie tussen oorzaak en gevolg zichtbaar. Stimuleer kinderen om verantwoordelijkheid te leren nemen voor hun eigen aandeel in problemen, waarbij ze leren om problemen niet als permanent, maar als tijdelijk te zien en waarbij ze het niet groter maken dan het is.

Stimuleer empathie

Leer je kinderen hoe ze anderen verbaal en non-verbaal kunnen ‘lezen’ en hoe ze zich kunnen inleven in de gevoelens van anderen. Bespreek sociale situaties, organiseer activiteiten waarbij de kinderen samen kunnen werken en spelen en geef vooral het goede voorbeeld.

Bouw vertrouwen in eigen kunnen op

Daag kinderen uit om nieuwe dingen te proberen en zorg hierbij voor voldoende succeservaringen, zodat kinderen kunnen ervaren dat hun inspanning leidt tot een positief resultaat.

Stimuleer een groeimindset

Help je kinderen de overtuiging te ontwikkelen dat ze altijd een beetje beter in iets kunnen worden. Leer ze dat er nieuwe verbindingen in je hersenen ontstaan wanneer je iets aan het leren bent, stimuleer het maken van fouten en geef complimenten gericht op het proces. Denk aan: je hebt goed doorgezet of dat heb je handig aangepakt.

Tijdens een tienminutengesprek op school krijg je te horen, dat jouw kind moeite heeft met concentreren. Je herkent het ook bij jezelf. Je bent snel afgeleid en hebt moeite met stilzitten. Maar wat kun je eraan veranderen? Hoe doe je dat dan? Kan mindfulness helpen? Wat is dat dan?

Mindulness is het ontwikkelen van bewuste, vriendelijke en niet-oordelende aandacht. Bewuste ademhaling hoort daarbij. Kinderen hebben al veel steun aan het feit, dat ze met ademhaling hun boos of bang zijn kunnen laten gaan. Ze ontdekken, dat ze rustig kunnen worden door bewust adem te halen. Adem 3 tellen in, 1 tel pauze en adem in 4 tellen weer uit. Herhaal dit tot je rustig bent geworden.

Als je als ouder mindfull kunt zijn, levert dat veel op. Juist voor kinderen, omdat ze zoveel kunnen leren van een ontspannen ouder. Kinderen hebben namelijk onzichtbare antennes die voelen of jij aan- of uitstaat. Zorg er zelf voor, dat jouw mobiele telefoon regelmatig uit gaat en je in het nu kunt leven. Zonder die externe prikkel zul je ontdekken, dat er ruimte komt voor andere dingen.

Om rustig aan de dag te kunnen beginnen, kun je het gouden kwartiertje invoeren. Sta een kwartiertje of een half uur eerder op dan de rest van het gezin. Start lekker rustig op in jouw eigen tempo. Neem de tijd voor jezelf: een lekker kopje koffie, een meditatie, een heerlijke douche. Dan kun jij er daarna helemaal zijn voor jouw kinderen. Zo ontstaat er minder of geen ochtendstress.

Doe eens lekker niets. Laat het idee los, dat je steeds iets met je kinderen moet doen. Ga even zitten en doe niets. Reik je kinderen niets aan en los niets op, maar laat je verrassen door wat er vanzelf ontstaat. Goede ideeën ontstaan vaak vanuit het niets. Kinderen kunnen op deze manier ook meer rust in zichzelf gaan vinden.

Kijk jij uit naar de meivakantie om even lekker te kunnen ontspannen met jouw gezin? Of zie je er juist tegenop, omdat je niet weet wat je met al die tijd aan moet dat jij jouw kinderen moet vermaken? Wie goed voorbereid is, juist in vakantietijd, kan er een leuke tijd van maken. Lees alvast de volgende 10 tips.

  1. Maak een planning.

Voor de meeste kinderen is het prettig om te weten wat er gaat komen. Vooral kinderen, die moeite hebben met veranderingen kunnen wel wat structuur en duidelijkheid gebruiken. Maak deze dagindeling ook zichtbaar op een planbord/magneetbord/kalender of krijtmuur. Sommige kinderen denken in beelden en vinden het prettig om met plaatjes op de kalender te werken.

2. Zorg voor een slecht-weer-plan.

We hopen natuurlijk op mooi weer de komende weken, maar niets is zeker in Nederland, dus een slecht weer plan is een must. Bedenk met de kinderen slecht-weeractiviteiten. Vb. knutselen, spelletjesmiddag, koken en bakken, een eigen escaperoom maken, etc. Doe eens zelf lekker mee deze middag. Neem de puinhoop, die misschien ontstaat even voor lief en geniet van het moment.

3. Bouw voldoende verveelmomenten in.

Het is voor kinderen goed om te mogen ervaren, dat ze even niet weten wat ze willen gaan doen. Onderdruk dan de verleiding om iets aan te reiken. Laat ze zelf iets bedenken. En vind je dit echt heel moeilijk? Leg dan een pot aan met leuke activiteiten bedacht door de kinderen zelf waar je kind inspiratie uit op kan doen. Maar laat het zelf los, jouw kind mag ontdekken wat er bij hem ontstaat.

4. Bedenk iets speciaals met elkaar.

Een leuke activiteit om herinneringen met elkaar te maken. Misschien wordt dit dan wel een familietraditie. Denk aan om de beurt een dag koken tot aan een zelfbedacht uitje. Zo’n activiteit, die iedereen terug wil laten komen.

5. Maak afspraken over schermtijd.

Zodra dit vooraf duidelijk is voor iedereen ontstaat er minder discussie. Laat kinderen extra schermtijd verdienen door bv. Een uur buiten te spelen (1 kwartier extra schermtijd). Kijk dan maar eens wat ze gaan ondernemen.

6. Geef ieder kind een eigen taak in de vakantie.

Denk dan aan stofzuigen, afwassen, eigen kamer opruimen of in de tuin werken. Door kinderen te betrekken bij de taken in huis ontwikkelen ze meer zelfstandigheid en leren ze ook verantwoordelijkheid nemen voor dingen die gedaan moeten worden. (en stiekem kan dit ook gewoon leuk zijn hoor)

7. Laat kinderen ook eens buiten jouw gezichtsveld spelen of zelfstandig vakantie vieren.

Bij heel mooi weer in de tuin kamperen of met een picknickmandje naar de speeltuin een paar blokken verderop. Daar leren ze ook zelfstandig van worden.

8. Plan een gezinsvergadering.

Kies één moment in de week dat alle gezinsleden met elkaar de afgelopen week evalueren en de komende week bespreken. Welke activiteiten staan gepland? Is dit haalbaar of moeten er dingen aangepast worden? Misschien handig om hier mee te starten aan het begin van de vakantie.

9. Geef je eigen grenzen aan.

Ook jij hebt vakantie. Wees duidelijk wat je wel en niet wilt en wat de kinderen wel en niet mogen in de vakantie. Stel regels op voor televisie kijken, computeren en over het gebruik van bijvoorbeeld de tablet. Maak ook (concrete) afspraken over bedtijden. Houd je daar aan, wees consequent. Regels bieden duidelijkheid e geven jou ook rust om zelf vakantie te houden en een boek te lezen of even bij te kletsen met een vriendin.

10. Verzin, zeker voor kinderen met veel energie activiteiten die energie kosten.

Fietsen, een flinke wandeling maken, skeeleren, kanoën, een bezoek aan een speeltuin. Wedden, dat ze daarna lekker even willen ontspannen, zodat jij dat ook kan doen.

Ik wens je vooral een fijne tijd toe met jouw kinderen. Fijne vakantie!

De hele dag door worden jij en jouw kind uitgedaagd door allerlei verschillende emoties. Het ene moment lig je samen op de grond van het lachen en nog geen 5 minuten later loopt jouw kind stampend en scheldend naar boven. Om jouw kind meer grip te geven op zijn emoties is het belangrijk om de gevoelens te zien en te erkennen. Wanneer kinderen hun gevoelens beter gaan begrijpen, leren ze er ook beter mee omgaan.

Hoe kun je dat doen?

Praat regelmatig over gevoelens. Tijdens het avondeten kun je vertellen over een situatie, die je hebt meegemaakt die dag en welke emotie je daarbij voelde. Zo hoort je kind, dat jij ook verschillende emoties hebt en hoe je ermee omgaat. Dat nodigt je kind ook uit om te vertellen over zijn gevoelens.

Leg in huis een setje met emotiekaarten weg. Bij hele jonge kinderen kun je beginnen met de basisemoties. (blij,boos,bang,bedroefd) Soms is het handiger om de juiste emotie op te zoeken op een afbeelding, omdat erover praten op dat moment even niet lukt. Of het is moeilijk om uit te leggen wat je precies bedoelt. Er zijn namelijk veel verschillende emoties. Zo kan je kind leren om welke emotie het gaat. Teleurgesteld is net even anders dan je afgewezen voelen.

Ook zijn er veel mooie boeken geschreven, die uitleg geven over al die verschillende emoties. Een paar voorbeelden: De kleur van emoties, draakje vurig, daantje het vulkaantje, willem is verdrietig, bang mannetje en help, ik voel zoveel. Een boek kan al veel herkenning geven of een mooi gesprek op gang brengen.

Filmtip: Inside out (binnenstebuiten). Deze film gaat over het gevoelsleven van een elfjarig meisje. Vijf basis emoties komen uitgebreid aan bod: blijdschap, woede, angst, afkeer en verdriet. Deze film kan inzicht geven in de binnenwereld van een kind. Zo kun jij met jouw kind ontdekken hoe de interne plattegrond van jouw kind eruit ziet. En dat kan op een dag steeds veranderen. Door er samen over te praten, erkenning te geven en samen op zoek te gaan naar oplossingen, ontstaat er meer grip voor jouw kind.

De scheidingslijn tussen pesten en plagen is erg dun. Wat de een plagen vind, is voor de ander al pesten. Op die manier merk ik, dat ouders, kinderen en scholen elkaar niet altijd begrijpen en er regelmatig conflicten ontstaan. Om hier duidelijkheid over te geven volgt nu mijn uitleg over de begrippen pesten, plagen en ruzie maken.

Plagen = de een maakt grapjes en de ander lacht erom. Beide kinderen vinden het leuk en maken grapjes tegen elkaar. Het wordt anders wanneer de ander het niet (meer) leuk vind. Zodra de grapjesmaker toch doorgaat dan wordt het pesten. Leer kinderen naar lichaamstaal te kijken van anderen. Zo leren ze goed kijken wat iemand wel/niet prettig vind. Iemand kan namelijk (nep)lachen aan de buitenkant, maar van binnen huilen.

Pesten = de een is gemeen en de ander is boos, verdrietig of bang. Hier gaat het duidelijk om een ander pijn doen. Zorg ervoor, dat je kind erover durft te praten met jou. Zoek samen oplossingen, die werken. Het is belangrijk voor jouw kind om voor zichzelf te durven opkomen. Pesters gaan vaak door wanneer je gaat huilen of boos word. Schakel indien nodig de school in om het pesten een halt toe te roepen. Samen kom je (meestal) verder.

Ruzie maken = boos zijn op elkaar, omdat je het niet met elkaar eens bent. Ruzie maken doe je vaak, omdat je het niet eens bent met de ander. Eigenlijk kun je dus leren van die ander, omdat die anders denkt. Vaak willen volwassenen een ruzie stoppen om het conflict te vermijden. Hoe zou het zijn wanneer jij als ouder een ruzie ziet als een startpunt om van elkaar te kunnen leren en juist nieuwe ideeën op te doen. Zoek niet naar schuld, maar zoek uit wat jouw kind dwarszit en los dat op.

Zelfvertrouwen is belangrijk in de ontwikkeling van kinderen. Kinderen die zelfverzekerd zijn voelen zich prettig en gaan uitdagingen aan. Kinderen met een positief zelfbeeld durven fouten te maken en vergelijken zichzelf niet met anderen. Als ouder kun je een bijdrage leveren om het zelfvertrouwen van jouw kind te vergroten. Wil je weten hoe? Lees dan verder…….

  1. Zelfstandigheid bevorderen

Kinderen voelen zich groot wanneer ze zelfstandig iets mogen uitvoeren. Denk aan: limonade zelf inschenken, boterhammen smeren, zelfstandig naar school lopen of fietsen. Misschien herken je de neiging om van alles over te nemen, omdat dat nu eenmaal sneller gaat of omdat je het nog te gevaarlijk vind. Het is goed om te weten dat wanneer je taken van kinderen overneemt je eigenlijk zegt: Je kan het niet!

Je kind zelf iets laten doen kost tijd, geeft rommel en is uitdagend. Toch geeft dit een enorme boost aan het zelfvertrouwen van jouw kind. Hoe trots ben je zelf wanneer iets gelukt is? Gun dit jouw kind ook

2. Zelf oplossingen bedenken

Kinderen zijn creatief, hebben veel fantasie en een goed oplossend vermogen. Zij bedenken dingen waar volwassenen niet aan denken. Hierdoor past dit mogelijk niet in jouw denkbeeld en zeg je al snel: dat lukt niet of dat kan niet. Je kind kan zich hierdoor afgewezen voelen en denken: ik doe het nooit goed.

Door aan te geven dat jouw kind een leuk idee heeft of dat jij er zo nog niet naar had gekeken, geeft dat jouw kind vertrouwen in zijn/haar oplossende vermogen. Om de oplossingen van jouw kind te verdiepen, geef je aan dat jij ook nog een oplossing hebt. Maak jouw kind nieuwsgierig en vraag of jij jouw oplossing ook mag vertellen. Samen kom je dan vast en zeker tot een passende oplossing waar iedereen tevreden mee kan zijn.

3. Fouten maken mag

Iedereen maakt fouten en juist van fouten leer je nieuwe dingen. Toch kijken kinderen op tegen hun ouders, oudere broers en zussen, omdat zij meer kunnen. Demonstreer als ouder hoe jij fouten maakt. Geef je fouten toe en vergroot ze soms nog wat uit. Met humor kun je namelijk veel bereiken. Zo laat je jouw kind zien, dat fouten maken normaal is.

4. Complimentje andersom

Een compliment geven is een positieve manier om contact te maken met jouw kind. Je zendt een positieve boodschap. Vb. wat is dat een mooi verfwerk. Jouw kind leert op deze manier ook omgaan met het ontvangen van een complimentje. Dat is voor veel mensen en kinderen nog best lastig. Soms voel je jezelf er wat ongemakkelijk door. Een complimentje andersom versterkt het zelfvertrouwen van jouw kind. Hoe werkt dat dan? Je zegt wat is dat een mooi verfwerk. (compliment) Hoe heb je dat toch zo mooi gekregen? Wat heb je er allemaal voor gedaan? Hierdoor kan het compliment ook daadwerkelijk binnenkomen bij jouw kind. Hij gaat zelf nadenken hoe hij tot dit verfwerk is gekomen. Door de ontdekking vanuit zichzelf komt het compliment echt binnen en blijft het niet alleen de mening van iemand anders.

Boos is een emotie, die we allemaal wel herkennen. Boos kent vele gradaties: frustratie, drift, woede, razernij of zelfs agressie. Op het moment, dat je je boos voelt gaat je hart sneller kloppen en je bloeddruk gaat omhoog. Jouw spieren spannen zich aan en soms krijg je zelfs een rood hoofd. Je lichaam voelt de behoefte om de energie te ontladen.

Achter het boze gedrag van jouw kind zit altijd een boodschap.

  • Jouw kind is bezig met een legobouwwerk en krijgt net dat ene blokje niet op de juiste plaats. (frustratie)
  • Iemand maakt een nare opmerking en dat raakt jouw kind van binnen (verdriet)
  • Jouw kind probeert iets uit te leggen, maar hij wordt niet begrepen (machteloos)
  • Tijdens een tekenles maakt jouw kind een prachtige tekening en een ander kind zet er een dikke streep doorheen (verontwaardigd)
  • Jouw kind zet een dikke streep door de tekening van een ander kind (jaloers)
  • Het hele jaar door wordt jouw kind al achterna gezeten door een paar klasgenoten tot de maat vol is en hij door het lint gaat. (woede)

Laat je kind eerst even afkoelen op een rustige plaats. Ook mag deze plaats niet aanvoelen als een strafplaats. Het is echt bedoeld om even tot rust te komen. Laat je kind na die boze bui dan ook weer even lekker tot zichzelf komen door  te spelen, naar buiten te gaan, te lezen of iets te doen waar hij blij van word. Kies dan een moment uit om er nog eens samen over te praten. Bijvoorbeeld als je naast elkaar in de auto zit, samen een rondje wandelt of jij aan het strijken bent en jouw kind ook in de kamer aanwezig is. Dan kun je ontspannen praten en wordt het geen kruisverhoor. Probeer dan samen achter de boosheid te kijken en te onderzoeken wat er nodig is om jouw kind te kunnen helpen. Vaak hebben kinderen zelf hele mooie ideeën over hoe ze iets aan willen pakken. En jij kunt ze daarbij helpen.

Met deze tips kun je voortaan altijd lekker slapen.

Door het vele binnen zitten, minder (of niet kunnen) sporten, een ander levensritme, thuisonderwijs en andere Coronamaatregelen kan het voorkomen, dat het slaapritme van jou of jouw kind verstoord raakt. Goed slapen is net zo belangrijk als ademhalen. Door te weinig slaap kun je je minder concentreren, kun je sacherijnig worden of je de hele dag moe voelen. Hoe kun jij of jouw kind weer lekker slapen?

Lees dan snel de volgende tips:

Tip 1 Zorg voor een vast bedritueel

Kinderen vinden het fijn om te weten waar ze aan toe zijn. (volwassenen meestal ook) Zorg voor een vast bedritueel. Bijvoorbeeld: douchen, pyama’s aan, tandenpoetsen, lekker voorlezen en dan gaan slapen. Maak hier tijd voor, zodat er voldoende tijd is om afscheid te nemen van de dag.

Tip 2 Ontspan

Zorg voor een rustige, fijne slaapplek. Laat jouw kind meedenken over de inrichting, zodat het echt zijn/haar plekje is. Lees een boek voor aan jouw kind of doe samen een ontspanoefening. Dit zorgt ervoor, dat jouw kind zijn gedachten los kan laten, zijn lijf kan ontspannen. Een fijne voorwaarde om in slaap te kunnen komen. Je hebt allerlei apps met ontspanningsoefeningen of voorleesverhalen, die je helpen bij het ontspannen. Maar een zelfverzonnen verhaal over allerlei dieren kan net zo effectief zijn om van je hoofd tot aan je tenen te kunnen ontspannen. Nieuwsgierig naar een voorbeeldverhaal? Stuur een e-mail en ik stuur je het verhaal toe. ([email protected])

Tip 3 Ga naar buiten

Ga iedere dag minsten 1x naar buiten. Stimuleer je kind om buiten te spelen of loop na het eten nog even een blokje om. Dit laatste is ook gezellig om samen even bij te kunnen kletsen. Bespreek de fijne en minder fijne momenten van de dag. Zoek oplossingen voor de minder fijne momenten, zodat jouw kind ze makkelijker los kan laten. Vlak voor het slapen gaan, kan dit nare gevoelens oproepen. De fijne momenten kunnen juist een fijn gevoel geven net voor het slapen gaan. Herhaal die dus nog een keer.

Tip 4 Ga offline

Ga een uur voor het slapen gaan offline. De prikkels van de game of het blauwe licht van het scherm zorgen ervoor, dat jouw lichaam wakker blijft. Neem een lekker warm bad, lees een boek of luister lekker naar muziek. Dat kan ervoor zorgen, dat je eerder slaperig word en beter kan slapen.

Tip 5 Zet een raam op een kier

Een ander goed idee is om een raam op een kiertje te zetten. Een goede ventilatie zorgt voor een frisse kamer waardoor je dieper slaapt. Ook kan het helpen om rustig op je rug te gaan liggen en heel bewust te letten op jouw buikademhaling. Adem rustig in door je neus en blaas de lucht weer uit door je mond. Door de focus op jouw ademhaling kunnen ook de piekergedachten verdwijnen. Je kunt maar met een ding tegelijk bezig zijn.

Tip 6 Piekergedachten stopzetten

Als je voor het slapen gaan nog een vol hoofd hebt en je moet steeds maar aan dat huiswerk denken wat je nog moet maken of aan jouw vriendje dat boos weg is gelopen. Leg dan een notitieboekje naast je bed en schrijf of teken daar alles in wat jou op dat moment nog bezig houd. Laat dan die gedachten in dat boekje staan en leg je hoofd lekker te rusten op jouw kussen. Neem een vast moment op de dag om naar al die piekergedachten in dat boekje te kijken. Ga dan na of je ze weg kunt gooien of dat je er nog iets mee wilt gaan doen. Los het op en scheur daarna die piekergedachten alsnog weg. Wat heerlijk, een leeg boekje en een leeg hoofd.

Tip 7 angsten voor monsters of dieven aanpakken

Zorg dat het veilig is op de slaapkamer van jouw kind. Heeft jouw kind bepaalde angsten in het donker? Een nachtlampje of een fijne knuffel kunnen al uitkomst bieden. Ga overdag in gesprek over de angsten in de slaapkamer en bedenk samen leuke, creatieve oplossingen om de monsters aan te pakken. In mijn praktijk heb ik al verschillende leuke avonturen mogen beleven en hebben we spokenvallen, dievenalarmen en boze monstersdrankjes gemaakt om met succes deze engerds weg te jagen. Jouw kind heeft vast ideeën wat bij hem/haar werkt.

Slaap lekker! En wees vooral nieuwsgierig naar wat jouw kind nodig heeft.